Superdiversiteit in de openbare ruimte

Interview met HOP-jurylid Shervin Nekuee

Wat is jouw relatie met Den Haag?

Ik woon nu 10 jaar in Den Haag, het is mijn zevende stad in Nederland. Ik beoordeel steden graag naar hoe snel je je thuis voelt.

Ik hou van Den Haag en van de zee. Maar de ordening van de stad maakt het mensen niet makkelijk om zich thuis te voelen en te identificeren met de stad. Den Haag is van oudsher sterk gesegregeerd. De segregatie is niet alleen ruimtelijk zichtbaar, maar is ook sterk verankerd in de hoofden van mensen. De stad lijkt hierdoor vast te zitten in haar denken en handelen.

Als socioloog verdiep je je in het samenleven in steden. Welke uitdagingen of kansen zie je voor Den Haag?

Er spelen wereldwijd een aantal trends die het leven in steden positief en negatief kunnen beïnvloeden. Door de ordening van Den Haag en het gebrek aan een duidelijke visie lijken juist de negatieve kanten van deze trends versterkt te worden. Ik licht drie trends uit:

Superdiversiteit: De bevolking in steden wordt steeds meer divers. Dit vraagt om een stevige politieke en bestuurlijke visie. In Den Haag lijkt deze te ontbreken en worden de verschillende mensen in verschillende hokjes (wijken) ingedeeld. Het overgrote deel van expats bijvoorbeeld woont in het Statenkwartier. In deze bubbel kunnen deze mensen het zich veroorloven “passant” in de stad te blijven. Enerzijds is dat natuurlijk makkelijk, aan de andere kant voegen mensen op deze manier ook niet echt iets toe aan de Haagse samenleving. Er ontstaat geen verbintenis met de stad.

Meritocratie: Mensen gaan steeds meer alleen maar nog om met mensen van hetzelfde opleidingsniveau, een vergelijkbaar inkomen en levensloop. Door de verzuiling kwam je vroeger ook in aanraking met mensen van andere opleidingsniveaus (zonder de verzuiling nu goed te willen praten). Vandaag de dag bestaat je vrienden- en kennissenkring toch uit mensen met een vergelijkbare sociaal-maatschappelijke positie. Je ontmoet de ander daardoor steeds minder. Door de Haagse indeling in verschillende tamelijk gesloten wijken wordt deze trend versterkt.

Consumptiesamenleving: Burgers worden steeds meer tot consumenten gemaakt. Zelfs bij de gemeente word je “klant” genoemd, terwijl je niet zo maar naar een andere “winkel” kunt gaan om je gemeentelijke zaken te regelen. Door de burger tot consument te reduceren, komt het burgerschap onder druk te staan. Burgers nemen een steeds passievere of juist overassertieve houding aan, want de klant is koning, nietwaar? In Den Haag waar bestuurders zich soms erg gedragen als regenten en de aansluiting met de verschillende wijkbewoners missen, heeft ook deze trend eerder een negatieve uitwerking. Burgers voelen zich niet gerepresenteerd.

Hoe zou je beter met dit soort trends kunnen omgaan in Den Haag?

Deze trends zijn onvermijdelijk en werken nu vervreemding binnen de Haagse samenleving in de hand. Maar je zou juist de positieve kanten ervan moeten benutten, en verbinding en harmonie moeten zoeken in je bestuurlijke en politieke visie.

Zo heb je in elke stad “identificatie-generatoren“ nodig die de stad dragen en waarmee burgers zich kunnen verbinden. Daardoor kweek je een collectief bewustzijn en een gedeelde trots, die bijdragen aan verbinding en harmonie in een stad. Den Haag moet zich heel bewust zijn van haar iconen.  Ze moeten gekoesterd en goed verbonden worden met het stedelijk weefsel eromheen. 

Stad van Vrede en Recht: Het Haagse imago van de stad van Vrede en Recht zou bijvoorbeeld nog veel beter uitgebouwd kunnen worden. Ik beschouw het Vredespaleis als een echte parel van de stad. Maar als je je parels niet goed inbedt in de omgeving, verliezen zij aan betekenis. De omgeving van het Vredespaleis is wat dat betreft nog een gemiste kans. Politieke vluchtelingen en op internationale vrede gerichte activisten zien deze omgeving wel als een belangrijke publieke ruimte waar ze regelmatig voor hun rechten willen opkomen door juist daar te demonstreren. Voor de gemiddelde inwoner van Den Haag heeft deze openbare ruimte niet dezelfde iconische lading. Door de omgeving aan te pakken en te koppelen aan deze parel, door juist daar voorzieningen voor studenten van de ISS en de Leids Haagse Campus te maken, studieplekken, een debatplek, koffiehuizen, boekwinkels en zodoende meer op het thema in te spelen, draag je bij aan het imago van de stad als stad van Vrede en Recht. Juist dan blijven marketingcampagnes geen lege hulzen maar geef je daadwerkelijk betekenis aan een ruimte en daarmee ook aan het imago van de stad.

Internationale stad: Een andere potentie zie ik in het centrum van Den Haag. Het centrum van een stad geeft de identiteit van een stad weer. Ik vind Chinatown een heel geslaagd voorbeeld voor het integreren van verschillende groepen in de stad. Het is een heel levendig stuk van de stad, zeker geen openluchtmuseum. Den Haag ademt hier grootstedelijkheid. Door de straatborden tweetalig te maken en door poorten te definiëren en neer te zetten, wordt de bezoeker hier welkom geheten.

Al ruim zestig jaar wonen er in Den Haag grote groepen mensen uit het hele Midden-Oosten, Turkije en Noord-Afrika. Ook zij horen bij de identiteit van Den Haag anno 2020. Waarom zou je bijvoorbeeld niet met een gedurfd plan een modern bazaar in het hart van de stad kunnen maken met hedendaagse kunst en producten uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten? Het zou de kosmopolitische sfeer van Den Haag ten goede komen en een knipoog naar New York en Damascus tegelijk zijn.

(foto: Pleinenaanpak Bezuidenhout, Melvin Kaersenhout, studio MAEK)

Shervin is jurylid van de Haagse Openbare ruimte Prijs (HOP)