Geen stad is zo gesegregeerd als Den Haag. Hierdoor kennen wijken als Escamp grote problemen. Haagse wijken verschillen sterker in huishoudinkomen, aantallen werklozen en etnische samenstelling dan andere steden. In Zuidwest stapelen zich steeds meer sociale problemen op. René Baron, stadsdeeldirecteur van Escamp, maakt zich hier zorgen over. Als we niet ingrijpen valt onze samenleving uiteen. De eerste tekenen zijn al zichtbaar. In deze kwestie zet Baron de omvang van het probleem uiteen en geeft ideeën voor ruimtelijke oplossingen voor een ongedeelde stad. Hij spreekt hier op persoonlijke titel.

Auteur: René Baron

Een portiekflat ergens in Escamp. Loopt u met mij mee langs de deuren? Hier woont een stel uit Irak. Meneer zette wel eens vuilnis en andere rommel in het portiek en is daarop aangesproken door de corporatie. Mevrouw laat zich vrijwel nooit zien in het portiek. Er woont een vrouw in de schuldsanering die moet rondkomen van een zeer laag maandbedrag  en een alleenstaande man die een verwaarloosde, verwarde indruk maakt; hij is net terug uit de opvang maar zit nog zonder de juiste zorg. Een verdieping hoger woont een jong stel op zoek naar werk, en een drugsverslaafde man met een inwonende dealende vriend. Een deur verder wonen een man en vrouw met psychische klachten die hoogoplopende ruzies maken waar regelmatig de politie aan te pas moet komen.

Een van de woningen, waar voortdurend onbekende mensen in- en uitlopen is vermoedelijk onderverhuurd en overbewoond. Dan lijkt er ook nog iemand in een kelderbox te wonen. Bij de ingang van het portiek ligt een oude fiets, wat huisvuil en er staat een winkelwagentje. Het grasveld voor de deur ligt er verlaten bij, zelfs op een zonnige dag.

 Overleven in plaats van samenleven

Het is al weer twintig jaar geleden dat de Gemeente Den Haag het Herstructureringsplan voor de 21-ste eeuw vaststelde. Het plan had als ondertitel ‘naar een ongedeelde stad’. Het voorkomen en terugdringen van gesegregeerde inkomenswijken werd neergezet als centraal punt van het gemeentelijk beleid. Door een gevarieerd woningaanbod en een goede woonomgeving moesten de (zwakke) wijken worden opgewaardeerd. Inmiddels zitten wij in de 21-ste eeuw en moeten wij concluderen dat door de crisis in de bouw en het Vestia-debacle de klad is gekomen in de herstructurering. De realisatie van een gevarieerd woningaanbod en de flexibilisering van het woonruimte-verdelingsbeleid zijn gestagneerd. Het verschil tussen de kwetsbare wijken en de rest van de stad op het gebied van opleiding, gezondheid, inkomen en veiligheid is nu groter dan twintig jaar geleden.

wonen in zuidwest moerwijk

De markt trekt weer aan. Dat biedt weer kansen voor meer differentiatie in de kwetsbare wijken, zou je zeggen. Bovendien is er nu nog meer dan twintig jaar geleden reden om te werken aan een evenwichtige stad. Onze samenleving staat onder druk. De gewijzigde samenstelling van onze bevolking en het onvermogen hiermee om te gaan, hebben voeding gegeven aan een maatschappelijk gevoel van onbehagen. De protestbijeenkomsten in Steenbergen, Heesch en Geldermalsen tegen de komst van statushouders vormen de dieptepunten van dat onbehagen.

De tegenstroom

Hoe kan het dan dat de verbetering van Zuidwest nog niet echt op stoom komt? Ik denk dat een drietal krachten de verdere uitvoering van de herstructurering in de weg zit.

In de eerste plaats is er de bestuurlijke druk om de wachtlijsten weg te werken. ‘Beschikbaarheid en betaalbaarheid’ is het credo van de volkshuisvesters. Antwoord geven op de vraag naar sociale huurwoningen is een loffelijk streven, maar zet ook een rem op de sloop-nieuwbouwvisie van de herstructurering. Immers: zo goedkoop als de woningen nu zijn, dat krijg je met nieuwbouw nooit voor elkaar.

In de tweede plaats nodigt het vrijemarktprincipe niet uit om wat duurdere woningen in de kwetsbare wijken neer te zetten en goedkopere woningen in de wat chiquere wijken. Zowel gemeenten als ontwikkelaars kunnen het meest verdienen aan marktconformiteit: duur op het zand en goedkoop op het veen. Gedifferentieerd bouwen is eigenlijk markt-contrair.

In de derde plaats bestaat er nog een groepje herstructureringssceptici dat twijfelt aan de vermeende achterliggende gedachten. De herstructurering zou een product zijn van het idee van ‘de maakbare samenleving’. Soort zoekt soort en daar moet je niet in willen interveniëren. Bovendien, hoor je wel eens, is nooit onomstotelijk wetenschappelijk onderbouwd dat sociaal zwakkeren beter af zijn in een buurt waar ook mensen wonen met meer maatschappelijke kansen.

Keert de wal het schip?

Als we antwoord willen geven op deze belangen en invalshoeken, moeten wij bij onszelf te rade gaan. Hoe belangrijk vinden wij onze samenleving? Wat is het ons waard dat kinderen opgroeien in een milieu waar ze niet alleen de verleidingen van de criminaliteit zien, maar ook geïnspireerd raken door de rolmodellen? Een milieu waar ze gecorrigeerd worden door sociale controle in plaats van aangemoedigd om het verkeerde pad op te gaan.

Welke visie hebben wij op een gewenste samenlevingsopbouw met ruimte voor zowel dure wijken als goedkopere wijken, met differentiatie binnen die goedkopere wijken? Gaat het wel goed met de stad als het niet goed gaat met de kwetsbare wijken? Natuurlijk is het van belang om in te zetten op de kanskaarten die Den Haag opstoten in de vaart der volkeren. Tegelijk moeten wij oog hebben voor de kloof tussen arm en rijk die als maar groter wordt.

straatbeeld in zuidwest, Den Haag een ongedeelde stad?

Ook op buurtniveau is samenleven geen vanzelfsprekendheid meer. De bovenstaande rondgang door een flat in Escamp illustreert de droevige leefsituatie in kwetsbare wijken. Wijken, waar mensen bezig zijn om te overleven, waar problemen zich opstapelen en waar er geen mechanismen zijn die mensen bij elkaar brengen. Niet voor niets houdt Adri Duivesteijn in zijn blog van april 2016 een pleidooi voor “een deltaplan voor samenlevingsopbouw”. Dit is van levensbelang voor een gezonde stedelijke ontwikkeling van Den Haag, betoogt hij. Maar waarom ligt dat plan er niet? Sterker nog, waarom wordt er zelfs geen begin aan gemaakt?

Uitvoeringsprogramma van de ongedeelde stad

Over hoe wij de herstructurering anno 2018 –of ‘de inclusieve stad’– vorm moeten geven hebben knappe koppen zich al gebogen. Ik pak er een paar speerpunten uit.

  • Bouw gedifferentieerd: maak het mogelijk dat mensen met wie het ietsje beter gaat een wooncarrière kunnen maken in hun eigen buurt. Dat beschermt de sociale verbanden die er nog zijn en voorkomt dat wijken een doorgangshuis worden.
  • Wijs buurtgericht woningen toe: pas dus maatwerk toe, in plaats van wie het eerst komt, het eerst maalt. Geef woningbouwverenigingen de ruimte om, binnen bepaalde randvoorwaarden, rekening te houden met de leefstijlen van de nieuwe bewoners.
  • Stuur op vitaliteit: studenten, kunstenaars en zelfbouwers zijn doelgroepen die een buurt op een hoger niveau kunnen tillen. Door alleen maar kansarmen in een buurt te huisvesten komen de kwetsbare wijken in een negatieve spiraal, waardoor zelfs professionals het gevoel krijgen met de kraan open te dweilen. Voortrekkers in de wijk kunnen de zelfredzaamheid vergroten en die spiraal doorbreken. Mits deze groep van enige omvang is natuurlijk.
  • Entameer samenlevingsprojecten: Vanwege de enorme verscheidenheid heeft de samenleving in de kwetsbare wijken een zetje nodig. Community centers, community builders, evenementen en gezamenlijke schoonmaakacties kunnen helpen om verbindingen te leggen tussen mensen die elkaar anders niet eens zouden aankijken.
  • Herstel de buurteconomie door de zieltogende winkelstrips in te zetten voor leer-werkprojecten, start-ups en pop-up bedrijven. Dat verlevendigt niet alleen de sfeer en het imago van marginale winkelstraten, maar het biedt tegelijk een perspectief aan de jongeren die anders moeilijk aan de bak komen.

Tot slot

Er is veel aandacht voor de grote aantallen (nieuw te bouwen) woningen en fysieke ingrepen in de wijken. Maar ik voel mij geroepen te wijzen op de achterkant van het gelijk. Als wij niet uitkijken, voltrekt zich onder onze ogen een sociologische ramp: het uiteenvallen van onze samenleving. De eerste tekenen zijn hiervan al zichtbaar. De buurtwerkers doen hun stinkende best om de boel bij elkaar te houden, maar dat is niet genoeg om van een deltaplan voor samenlevingsopbouw te spreken. Maar dat moet er wel komen, willen we een aangenaam antwoord kunnen geven op de vraag: hoe ziet onze stad er over twintig jaar uit?

Wil je reageren op deze kwestie? Of er over doorpraten met René Baron, Jeroen Ruitenbeek en …? Dat kan tijdens het STAD gesprek op 1 februari 2018 over de vraag: gaat verdichting de tweedeling verminderen of versterken?. Meld je aan

Beeldmateriaal: Gebiedsverkenning Moerwijk Oost – Must stedenbouw